woensdag 19 november 2008

Week 2: Voorlopige onderzoeksopzet

Persoonlijke gegevens
Naam: Erik de Wild
Studentnummer: 3274306
Cursus: Nieuwe media en populaire cultuur: game cultuur
Cursuscode: 200500202
Werkgroep: 3

Kamerad General of Commander?
Een onderzoek naar de aanspreekvormen in Red Alert 2

Introductie
Sinds ik een muis kon vasthouden en bedienen ben ik al helemaal weg van de spellenreeks ‘Command & Conquer’ en ‘Red Alert’ die ontwikkeld zijn door ‘Westwood’. Vooral de Red Alert serie heeft mij altijd weten te boeien vanwege de opzet van het spel. In deze ‘real time strategy’ (rts) game zijn er twee partijen, de ‘geallieerden’ en de ‘communisten’ waarbij deze tweede partij de Verenigde Staten binnenvalt. Een derdewereldoorlog hoor ik daar iemand roepen? Het heeft er, zeker in het begin, wel iets van weg, maar uiteindelijk komt het spel met een twist waardoor de twee aartsvijanden moeten samenwerken. Ondanks deze ‘verbroedering’ kan de speler elk van deze twee partijen kiezen om het spel te spelen.

Wanneer men voor de geallieerden kiest wordt deze zogenaamde oorlog vanuit een westers perspectief bekeken waarbij een Amerikaans leger centraal staat, maar waar ook een aantal bondgenoten voorbij komen die landgebonden speciale ‘eenheden’ hebben die ingezet kunnen worden in de strijd. Dit zijn landen als Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en (Zuid)Korea.
Als het communistische perspectief wordt gekozen dan zal de inval op de Verenigde staten centraal staan. Dit gebeurd met het Russische leger als basis leger waarbij verscheidene communistische bondgenoten als Cuba, Libië en Irak het Russische leger zullen bijstaan.
Deze tweedeling lijkt mij een interessant onderzoeksobject omdat het spel vanuit twee perspectieven gespeeld kan worden. Niet alleen de ‘spelende’ momenten (momenten waar de speler het spel beïnvloed, maar zeker de ‘cutscenes’ in het spel maken deze tweedeling nog duidelijker. Op het ene moment wordt je aangesproken als ‘Commander’ terwijl je, wanneer je de Communistische kant kiest, op het andere moment met ‘Kamerad General’ wordt aangesproken.
Deze twee vormen van aanspreken zorgen ervoor dat de game de speler twee (wanneer het spel vanaf beide kanten gespeeld wordt) identiteiten oplegt die veel van elkaar verschillen. Dit verschilt in aanspreekvorm, de passie waarmee gesproken wordt etc. Ik ben dan ook erg geïnteresseerd in de verschillen tussen deze twee manieren.

Vraagstellingen
De twee manieren van aanspreken hebben een aantal vraagstellingen bij mij opgeroepen die ik kan gebruiken als onderzoeksvraag. Deze vragen luiden als volgt:
  • In hoeverre wordt de gamer betrokken bij de beide partijen?
  • Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de twee kanten die gekozen kunnen worden?
  • In hoeverre vormt de manier van aanspreken een identiteit bij de gamer?
  • Wat zijn de verschillende aanspreekvormen bij de verschillende partijen?
  • Wat is het verschil in hoe de speler wordt benaderd wanneer hij/zij de geallieerden of juist de communisten speelt?

Deze vragen hebben allemaal in meer of mindere mate te maken met identiteit. Nu wil ik mij eigenlijk niet al te veel focussen op identiteitsconstructie, maar meer op ‘identiteitsoplegging’. Nu heb ik niet al mijn mogelijke onderzoeksvragen daar op gericht omdat ik in dit vroege stadium niet alle inzichten wil buitensluiten.


Theoretisch kader
Voor zover ik nu een richting heb voor het onderzoek verwacht ik dat ik de teksten van J. Fiske (Reading the Popular, 1989) en T.W. Adorno (The culture industry, 1991) zal gaan gebruiken. Hierbij zullen vooral de manieren van receptie worden behandeld. Ook de machtsstructuren die de maatschappij (of in dit geval de gamer) iets opleggen zullen ook waarschijnlijk aan bod komen. Ik sluit niet uit dat er andere teksten gebruikt gaan worden als uitgangspunten.
Naast deze teksten zal het hoorcollege van week 4 over ruimte, narrativiteit en identiteit belangrijk kunnen zijn. Zeker belangrijk zal het hoorcollege van week 5 belangrijk zijn aangezien dit het onderwerp receptie behandeld.

Methode
De methode die gebruikt gaat worden in het onderzoeken van een van de hoofdvragen is een vergelijkende analyse tussen de twee partijen. Tijdens het spelen van het spel ga ik proberen de verschillen in kaart te brengen en deze tegenover elkaar te zetten.

Wetenschappelijk en maatschappelijk belang
De studie naar games staat nog in de kinderschoenen en er is nog relatief weinig onderzoek gedaan op dit gebied. Mijn onderzoek zou gebruikt kunnen worden om meer inzichten te verschaffen in de manier waarop gamers zich aangesproken voelen door games en op welke manieren dit het best te realiseren is.

Bronnenmateriaal
Primair zal er gebruik gemaakt worden van de game Red Alert 2 welke gespeeld zal gaan worden op de computer. Mijn eigen ervaringen en observaties zullen centraal staan in het onderzoek. Op dit moment heb ik nog geen (niet-)academische websites en/of fora weten te vinden waar dieper wordt in gegaan op de game. Dit komt mede doordat ik mijn definitieve hoofdvraag nog niet heb vastgelegd en ik nog niet weet of het onderzoek zich meer richting het opleggen van een identiteit of het creëren van een identiteit zal gaan begeven.

Voorlopige literatuurlijst
- Adorno, Th.W. The culture industry: Selected essays on mass culture. London/New York: Routledge, 1991.
- Fiske, J. Reading the popular. Boston: Unwin Hyman, 1989.

Geen opmerkingen: